Leerstijlen, zin of onzin?

December 13th, 2012

Twee weken geleden hield ik een presentatie over leerstijlen in e-learning modules. Ik vraag dan vaak of ontwikkelaars rekening houden met leerstijlen. Dan blijkt vaak dat e-learning makers vaak wel “iets met leerstijlen” te doen maar is het niet altijd even gefundeerd. Het is vaak met een soort “boerenverstand”. Het is heel aannemelijk dat mensen verschillende leerstijlen hebben. Het probleem is alleen dat er eigenlijk heel weinig bewezen is. Is het daarom allemaal maar onzin?

Het probleem dat ik vaak met leerstijlen heb, is dat ze teveel op de persoon geplakt worden. Zo zijn er verschillende tests waarmee je zou kunnen meten welke leerstijl jij hebt. Ze stellen dan bijvoorbeeld de vraag: Als je een nieuw apparaat hebt gekocht en je wilt weten hoe hij werkt wat doe je dan?

  1. De handleiding lezen.
  2. Meteen aanzetten en gebruiken.
  3. Een instructievideo bekijken.

Ik kies in dit geval nr. 2. Hup een puntje erbij voor “Doener”.
Maar als men nou de vraag stelt: Je wilt een nieuwe sport leren hoe doe je dat?

  1. Instructieboek lezen.
  2. Gewoon doen en vanzelf leren.
  3. afkijken van iemand die voordoet.

Ik zou in dit geval nr. 3 kiezen. Hup een puntje erbij voor “Dromer”.
Ze kunnen ook de vraag stellen: Stel je wilt een nieuw gerecht leren, wat doe je?

  1. Uitvoerig het recept lezen en volgen.
  2. Gewoon gaan koken met de ingrediënten, op gevoel.
  3. Kookprogramma op TV kijken en nadoen.

Ik zou in dit geval nr. 1 kiezen. Hup een puntje erbij voor “Denker”
Kortom drie verschillende onderwerpen drie verschillende “leerstijlen”. Een leerstijl is dus erg situationeel. Het hangt af van de context en welke relatie ik heb met het onderwerp. Hoe onzekerder ik mij voel hoe meer ik eerst wil lezen of horen. Als ik genoeg zelfvertrouwen heb dan ga ik het meteen doen.

Vooral in de VS is de volgende leerstijlenset populair:

  1. Visual/Verbal
  2. Visual/Non-Verbal
  3. Auditory/Verbal
  4. Tactile/Kinesthetic

Voor mij is dit nog sterker een geval van context afhankelijkheid en minder van persoonsafhankelijkheid. Als je wilt leren hoe je mond op mond beademing moet doen zal bijna iedereen dat het beste leren door te oefenen met een pop. Er zullen weinig mensen zijn die het liever vertelt krijgen of beschreven krijgen. Een plaatje werkt in dit geval ook al beter dan tekst. Kortom een leerstijl is geen vaste eigenschap van een persoon maar meer afhankelijk van het onderwerp.

Bovenstaande voorbeelden geven voor mij aan dat het gebruik van leerstijlen onzin is, als dit gebeurt zonder rekening te houden met de context. Wel vind ik dat je als e-learning ontwikkelaar van verschillen leerstijlen uit moet gaan. Houd daarbij goed in de gaten wat de context is. De context omvat niet alleen de stof maar ook hoe en waar je leert. In het geval van e-learning is dit (misschien wel thuis) achter de computer. Dan kan je niet zoveel met de “doener” of de “tactile” leerstijl.

In mijn eigen didactisch model gebruik ik de leerstijlen van Vermunt. Deze zijn niet alleen per persoon, maar ook per onderwerp verschillend. Het hangt met name af van de motivatie van de lerende ten op zichte van de stof. Door je e-learning module zo in te richten dat je met elke stijl rekening houdt hoef je niet te voorspellen of te onderzoeken welke leerstijl iemand heeft. Dan bepaalt de lerende zelf waar hij of zij op dat moment lekker bij voelt. Dat is waar het mij betreft om gaat en wat de zin van leerstijlen is.

Meer lezen?
Learning styles and other made upstuff
Een blog van Kirsty Newman met dezelfde strekking.

Should we be using Learning Styles? What research has to say to practice.
COFFIELD F, MOSELEY D, HALL E and ECCLESTONE K (2004)

(Link van www.leerbeleving.nl van Marcel de Leeuwe)
Een kritische kijk op leerstijlen. Het document wat mij o.a. heeft doen besluiten om Vermunt te gebruiken.

Hoe maak je e-learning echt interactief met beperkte middelen?

January 26th, 2012

Een vaak genoemd voordeel van e-learning is, dat het interactiever zou zijn dan bijvoorbeeld een boek.
Is dat in de praktijk wel zo en hoe maak je het dan?

Wat bedoel ik met interactief?

Interactie is een woord dat bij e-learning veel gebruikt wordt. Interactie betekent wisselwerking. In het geval van e-learning gaat het om de wisselwerking tussen mens en computer. Een interactie begint met een actie (van de mens) daarop volgt een reactie (van de computer), hierop volgt weer een reactie (van de mens) etc. Zo gaat het een aantal keer heen en weer. Als het om een echte interactie gaat is de reactie van de een gebaseerd op de actie van de ander.

Bij e-learning zie je vaak een actie (druk op een knop) en een reactie (er gebeurt iets). Even later is er misschien weer een nieuwe actie en er gebeurt iets anders. Deze volgende actie is dan niet gebaseerd op de eerste reactie. Dit noem ik een schijninteractie.

Ik zie soms dit staan: “Deze e-learningcursus bevat verschillende interactieve elementen zoals video en afbeeldingen”. Dan denk ik: Wat is daar nou interactief aan? Veel rapid e-larning ontwikkelprogramma’s hebben ook zogenaamde interactieve elementen die je kan toevoegen. Dit zijn dan  bijvoorbeeld diagrammen waar je op kan klikken. Mooi en nuttig, dat zeker maar ik noem het geen interactie.

Wat dan wel?

De meeste games oftewel spelletjes zijn per definitie eigenlijk interactief. Verschillende acties en reacties volgen elkaar op. De speler neemt beslissingen en op basis van deze beslissingen gaat het spel verder. Games worden dan ook steeds vaker ook binnen e-learning toegepast. De interactie zorgt ervoor dat de lerende zich betrokken voelt en daardoor gemotiveerder met de leerstof aan de slag gaat.

Ik versta  trouwens verschillende quiz-vormen niet onder spelletjes. Bijvoorbeeld in de vorm van een hardloopwedstrijd, als een je een vraag goed hebt gaat de hardloper een stapje verder. Dat zijn vaak mooi vermomde toetsen. Prima om te gebruiken, maar het biedt wederom geen echte interactie.

Voor e-learning ontwikkelaars is er echter een groot nadeel: Een game ontwikkelen kost veel tijd en geld. Voor organisaties met beperkte middelen is het dan ook vaak geen optie.

Hoe kan je het dan toepassen?

Vroeger speelde ik op onze Commodore 64 van die tekst-adventures:

een text adventure

Je staat in het bos. Je ziet een huisje, een pad naar het noorden en het pad naar het oosten. Wat doe je? _

Dan kon je bijvoorbeeld intypen ga noorden. Vervolgens kwam er weer een beschrijving van een ander stukje bos. De mooiere versies hadden er plaatjes bij. Ik heb zelfs destijds er zelf ook een gemaakt. Erg leuk om te doen maar het koste wel veel tijd.

Zo’n eenvoudige game is tegenwoordig redelijk eenvoudig te implementeren. In veel rapid-elearning tools wordt dit branching genoemt.  Je geeft de lerende op een scherm meerdere opties. Elk optie wijst naar een ander pagina. Op de volgende pagina’s worden weer verschillende keuzes weergegeven. De lerende zoekt op deze manier zijn eigen weg door de leerstof op basis van zijn eigen keuzes.  Je dit dus gebruiken om de leerstof op een interactieve manier aan te bieden. Dit hoeft uiteindelijk niet in de vorm van een game te zijn.

Natuurlijk is deze vorm van e-learning ontwikkelen tijdrovend (in plaats van 5 pagina’s heb je er bijvoorbeeld 30 nodig), maar het geeft een e-learning module wel echte interactie zodat de lerende zich betrokken voelt.

 

 

 

Tips om informeel leren te versterken zonder social media!

November 10th, 2011

De laaste tijd zijn er veel discussies gaande over informeel leren. Ik vind dat er in deze discussies vaak te kort door de bocht geredeneerd wordt. Vooral als de link tussen social media en informeel leren wordt gemaakt. In dit stuk hoop ik duidelijk te maken dat die twee helemaal niet zo goed bij elkaar horen als veel mensen maar aannemen en dat er ook alternatieven zijn.

Wat is nou eigenlijk informeel leren?

Een goede vraag, waar mensen verschillend op kunnen antwoorden. Informeel leren is wat mij betreft ongestuurd leren. Oftewel het gebeurt meer spontaan. Formeel is een meer gestuurde vorm van leren. Qua terminologie is dit verwarrend. Het zegt namelijk niets over het karakter van de setting. Je kan bijvoorbeeld in een belangrijke (formele) vergadering informeel leren dat je effectiever vergadert als je de notulen van tevoren leest. Ger Driesen is in zijn blog ook op zoek naar andere terminologie en heeft het over toevallig en bedoeld leren.

Informeel versus formeel.

Veel mensen hanteren de regel dat mensen 80% informeel en 20% formeel leren. Harm Weistra heeft hier prima onderzoek naar gedaan, maar dit is gebaseerd op inschattingen van de lerenden zelf. Het is natuurlijk lastig om dit exact te onderzoeken. Hoe meet je hoeveel iemand leert? En wat is de waarde van wat iemand leert? Formeel leren is per definitie meer gericht dan informeel leren. Dit neemt niet weg dat mijn gevoel ook zegt dat mensen meer informeel leren maar ik kan het niet wetenschappelijk aantonen.

Informeel leren heeft een aantal voordelen ten opzichte van formeel:

  • Je leert iets wat je blijkbaar op dat moment nodig hebt anders zou je er niet mee bezig zijn.
  • Het kost weinig tijd ( je leer weinig overbodige dingen).
  • Je bent gemotiveerd anders zou je het op dat moment niet leren.

Enkele nadelen zijn:

  • Het geleerde kan vluchtig zijn door onvoldoende herhaling.
  • Je leert ook dingen die je voor je werk niet nodig hebt.

Informeel leren en social media.

Informeel leren wordt in veel discussies gemakshalve gelijk getrokken met  sociaal leren. Oftewel dat je van elkaar leert in een informele setting. In die context ligt het voor de hand om social media erbij te betrekken. Maar informeel leren gebeurt voor het grootste deel alleen (kijk naar de omstreden 70 20 10 regel). In dat geval heb je niet zoveel aan het inzetten van social media.

Natuurlijk is het fijn als je met een vraag zit en iemand anders kan die beantwoorden voor je. Mijn theorie is dat (gemiddeld genomen) hoe complexer of specifieker de vraag hoe verder weg degene zit die hem kan beantwoorden. Hoe verder weg degene zit hoe meer profijt je hebt van sociale media. Dit neemt niet weg dat voor veel (minder complexe) vragen het veel beter is om een (letterlijk) open werkomgeving te hebben waar mensen elkaar makkelijker een vraag stellen, dan meteen social media te gebruiken. Dus als je werkt in een kamer aan een gang waar de meeste collega’s de deur dicht hebben, stel dan eens voor om de deuren gewoon helemaal te verwijderen in plaats van meteen Yammer te gaan gebruiken.

Kortom social media kan helpen bij het informeel leren van mensen, maar het aandeel is niet zo groot als wel eens beweerd wordt en sterk afhankelijk van het soort organisatie waarin je werkt. Sterker nog, ik denk dat social media grotere rol kan hebben in bij formeel leren (denk aan sociaal constructivisme) dan bij informeel leren. Daarbij helpt social media niet om de eerder genoemde nadelen te verminderen.

Wat kan je dan wel doen om het informele leren te stimuleren versterken?

Informeel leren gebeurt gewoon en het gebeurt veel. Ik vraag me daarom af of je het zo nodig moet stimuleren. Wat je wel kan doen is het versterken en ervoor zorgt dat het geleerde niet te vluchtig is.

  • Laat het formele leren het informele versterken. Informeel leren gebeurt veel op de werkvloer. Formeel leren in een training. Sla een brug tussen deze twee (transfer).Laat cursisten bijvoorbeeld zelf een job-aid maken voor op de werkvloer zodat ze het leren op de werkvloer door kunnen zetten. Om zo’n job-aid goed te kunnen maken zullen moeten visualiseren hoe ze het geleerde in praktijk gaan brengen en wat hen daarbij zal helpen. Zo’n job-aid is een ondersteuning op de werkvloer als het echt moeten doen en (informeel) verder leren. Natuurlijk gebeurt dit in de praktijk al heel veel (spiekbriefjes maken). Door het echter bewust te doen kan je de cursisten hierin begeleiden.
  • Zorg bijvoorbeeld bij e-learning dat de theorie/kennis/content (hoe je het ook wil noemen) algemeen en goed toegankelijk is (met goede zoekfuncties en niet teveel verstopt achter allerlei menuutjes) op de werkvloer. Dan kunnen mensen het zelf even snel opzoeken (informeel) zonder dat ze meteen een cursus (formeel) hoeven te doen.
  • Zorg dat de lerende zich meer bewust is wat hij of zij aan het leren is. Zorg dat er meer leerrendement uit spontane situaties. Dit kan je bereiken door mensen meer te laten reflecteren. Een (formele) training reflecteren zou kunnen helpen hierbij. Ook de leidinggevende of coach op de werkvloer kan dit stimuleren door reflecterende vragen te stellen.

Tot slot, zorg voor een goed “leerklimaat” waarin mensen mogen experimenteren en fouten mogen maken, want daarvan leer je vaak nog het meest.

 

7 Valkuilen bij rapid e-learning

September 6th, 2011

Steeds meer organisaties ontwikkelen e-learning in eigen huis. Dit geeft hun een aantal voordelen zoals het reduceren van kosten en het in eigen beheer houden van de content.
Doordat er weinig kennis op het gebied van e-learning is gebeurt dit veelal met zogenaamde rapid e-learning tools. Deze programma’s zijn vaak gebaseerd op Powerpoint en kunnen pakketten aanmaken die in een leermanagementsysteem (LMS) gezet kunnen worden.Mijn ervaring is dat het gebruik hiervan een aantal valkuilen heeft:

1. Denken dat rapid ook daadwerkelijk snel is.
Als je kwalitatief goed leermateriaal wil creëren dan kost dat tijd. Welke tool je ook neemt. Bijna altijd wordt deze tijd onderschat. Zorg dat degene die gaan ontwikkelen ook daadwerkelijk deze tijd vrij geroosterd krijgen. Zeker bij de eerste modules.

2. Geen goede voorbereiding treffen.
Zorg dat je een goede set leerdoelen hebt opgesteld en de structuur vastgelegd hebt voordat je begint. Probeer de structuur zoveel mogelijk uit te schrijven, dus op welke pagina’s komt welk leerdoel aan bod.

3. Een bestaande diashow uit de training gebruiken.
Het basis programma mag dan wel hetzelfde zijn (powerpoint) maar het doel is wezenlijk verschillend. Een powerpoint uit een training is ondersteunend aan de trainer. Een e-learning module heeft geen trainer die de context en extra uitleg kan geven.

4. Teveel focus op de inhoud.
Als er teveel focus op de inhoud is is er vaak te weinig focus op de didactiek en vormgeving. Stel jezelf de vragen wie gaat dit leren en hoe zit diegene achter de computer?

5. Teveel een lineair doorklik festijn maken.
Geef de lerende vrijheid door hem de mogelijkheid te geven pagina’s over te slaan een zelf zijn route te volgen. Als je altijd op een knopje moet drukken om door te bladeren hebben mensen de neiging om snel door te klikken en daardoor weinig informatie opnemen. Stel bijvoorbeeld ook een eens vraag en splits de route op aan de hand van het gegeven antwoord.

6. Teveel tijd kwijt zijn met het zoeken naar media.
Als mensen opzoek gaan naar foto’s of filmpjes dan verliezen ze vaak de tijd uit het oog. Leg een bibliotheek aan met afbeeldingen (let op auteursrecht) dia door de ontwikkelaars gebruikt kunnen worden. Verzamel daarnaast de verzoeken om extra materiaal zodat één persoon gericht de databanken kan afstruinen naar meerdere afbeeldingen tegelijk.

7. Standaard “player” gebruiken.
Ik zie nog vaak dat de standaard player gebruikt wordt. De player is de “schil” om de dia’s heen die ervoor zorgt dat de dia’s afgespeeld worden. Deze zorgt er standaard voor de dia’s zonder tussenkomst van de lerende automatisch doorbladeren. Zorg dat deze player aangepast wordt naar de eigen huisstijl een dat de tijdsbalk weggaat. Er zijn maar weinig situaties waarbij het automatisch doorspelen van de dia’s wenselijk is.

Als je met deze valkuilen rekening houdt kan je prima goede leermiddelen ontwikkelen met rapid e-learning. Heb jij een andere ervaring? Laat het me weten in de reacties.